Bereiding
We gebruiken een eenvoudige proefmethode waarbij je zuur, bitter en vlak tegenover elkaar zet. De ideale kop zit er precies tussenin.
Wat proef je eigenlijk?
Alle smaken in koffie komen voort uit natuurlijke zuren die ontstaan tijdens de groei, fermentatie en branding van de boon. Denk aan:
→ Citroenzuur (fris, citrus)
→ Appelzuur (mild, fruitig)
→ Wijnsteenzuur (druifachtig, droog)
→ Melkzuur (zacht, romig)
→ Azijnzuur (scherp, vineus)
→ Chloorogeenzuur (kan bitter smaken, vooral bij donkere branding)
Deze zuren vormen samen het smaakprofiel van je koffie. Maar hoe ze tot uiting komen, hangt sterk af van het water waarmee je zet. Water is 99% van je kopje en bevat mineralen zoals calcium, magnesium en natrium. Die beïnvloeden de extractie van smaken — net zoals zout dat doet in een gerecht.
Stap-voor-stap Koffie instellen
Voor piston machines en volautomaten
1. Beginstand
Gebruik 18g koffie (dubbele espresso) en streef naar 36g opbrengst in 25-30 seconden. Volautomaat? Zet maalstand eerst op maximaal fijn. Je vindt de knop voor maalstand in de koffiebonen hopper.
2. Proef
→ Zuur? Maal iets fijner.
→ Bitter? Maal iets grover.
→ Vlak? Pas je verhouding aan: meer opbrengst of kortere tijd.
3. Herhaal
Kleine aanpassingen maken het verschil. Zet 2-3 shots, proef en vergelijk.
4. Check je water
Gebruik gefilterd of gebotteld water met lage mineralenwaarde (ca. 80-120 ppm).
5. Noteer je instellingen
Zo weet je wat werkt — handig als je later weer nieuwe bonen hebt.
6. Personaliseer
Pas je output of ratio aan voor een sterker of juist lichter profiel.